ECLI:NL:RBROT:2018:4561
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming sollicitatieplicht
Schuldenares is sinds haar toelating tot de schuldsaneringsregeling niet nagekomen aan haar verplichting om actief te solliciteren, ondanks herhaalde waarschuwingen en een verlenging van de regeling. De bewindvoerder en rechter-commissaris constateerden dat zij slechts sporadisch sollicitaties overlegde en geen arbeidsovereenkomst kon tonen, terwijl uit bankafschriften bleek dat zij een volledige uitkering ontving.
Daarnaast heeft schuldenares bij toelating belangrijke belastingvorderingen wegens terugvorderingen van toeslagen niet gemeld, waardoor de rechtbank destijds niet kon toetsen of zij te goeder trouw was. Schuldenares gaf ter zitting aan persoonlijke omstandigheden te hebben gehad, waaronder het overlijden van haar moeder, en psychologische hulp te zullen zoeken.
De rechtbank oordeelt dat deze tekortkomingen haar zijn toe te rekenen en dat zij onvoldoende heeft voldaan aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Daarom wordt de regeling tussentijds beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Het salaris van de bewindvoerder wordt vastgesteld, maar er zijn geen baten om vorderingen te voldoen.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van de sollicitatieverplichting en niet-melding van belastingvorderingen.