Sligro Food Group Nederland B.V. wilde bepaalde groothandelsactiviteiten van Heineken overnemen, met name op het gebied van food- en non-foodproducten voor buitenhuiselijke consumptie. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderzocht de mogelijke mededingingseffecten van deze concentratie en besloot dat er geen vergunning vereist was.
Eiseressen, bestaande uit groothandels en een inkoopcombinatie, stelden dat ACM onvoldoende onderzoek had gedaan, de markt onjuist had afgebakend en de effecten op de horeca- en biermarkt onvoldoende had betrokken. De rechtbank oordeelde dat ACM terecht de groothandelsmarkt niet had gesegmenteerd naar type afnemer en dat de biermarkt buiten beschouwing mocht blijven omdat Sligro daar niet actief is.
De rechtbank vond het marktonderzoek van ACM zorgvuldig en voldoende onderbouwd, inclusief de beoordeling van het zogenaamde Upsell-model dat de effecten van commerciële overeenkomsten analyseerde. Kritiek op dit model werd niet gevolgd omdat de alternatieve scenario’s geen directe impact hadden op de groothandelsmarkt.
De rechtbank concludeerde dat de concentratie geen significante mededingingsbelemmering oplevert en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 14 juni 2018.