ECLI:NL:RBROT:2018:4721
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen inbewaringneming partij onder Warenwet
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft op 1 mei 2018 een partij 1-(3-chlorophenyl)-2-(methylamino)propan-1-one hydrocholoride in officiële inbewaringneming geplaatst. Verzoekster, Vareya International B.V., maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond was. Verzoekster stelde dat er sprake was van een spoedeisend belang vanwege de beperkte houdbaarheid van de partij tot 16 juni 2018 en de financiële waarde van de partij. De rechter overwoog echter dat het financiële belang op zichzelf geen reden is voor een voorlopige voorziening, zeker niet omdat compensatie achteraf mogelijk is.
Verder werd niet aannemelijk gemaakt dat verzoekster in een financiële noodsituatie zou komen, mede gezien de beperkte marktwaarde en het ontbreken van nadere financiële gegevens. Ook was er geen sprake van een onmiskenbaar onrechtmatig besluit. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de inbewaringneming is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.