ECLI:NL:RBROT:2018:4743

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 juni 2018
Publicatiedatum
15 juni 2018
Zaaknummer
10/775507-17
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak openlijke geweldpleging en baldadigheid bij ongeregeldheden Turkse consulaat Rotterdam

Op 12 maart 2017 vonden ongeregeldheden plaats rondom het Turkse consulaat in Rotterdam nadat de Turkse minister van Familiezaken onder politiebegeleiding het consulaat verliet. Tijdens deze ongeregeldheden werd onder meer met voorwerpen gegooid naar politieambtenaren en politievoertuigen.

Verdachte werd ervan beschuldigd openlijk geweld te hebben gepleegd door een voorwerp te gooien in de richting van de politie en subsidiair baldadigheid. Tijdens de zitting verklaarde verdachte dat hij een leeg pakje drinken had weggegooid richting de trambaan, terwijl de officier van justitie stelde dat het vermoedelijk een steen was die naar de politie werd gegooid.

De rechtbank concludeerde op basis van camerabeelden dat niet vast te stellen was wat het voorwerp precies was en waar het naartoe werd gegooid. Ook was het op dat moment rustig op straat en was verdachte niet onderdeel van een groep die openlijk geweld pleegde. Hierdoor was het bewijs onvoldoende om openlijke geweldpleging of baldadigheid te bewijzen.

De rechtbank sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 15 juni 2018.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging en baldadigheid wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/775507-17
Datum uitspraak: 15 juni 2018
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,
raadsman mr. K. Durdu, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 4 juni 2018.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Schram heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uur, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte met anderen openlijk geweld heeft gepleegd, waarbij de bijdrage van de verdachte aan dat geweld er in bestond dat hij tijdens de gebeurtenissen in de omgeving van het Turkse consulaat op 12 maart 2017 een voorwerp naar de politie heeft gegooid.
4.1.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht om vrijspraak van het plegen van openlijk geweld. Daartoe is aangevoerd dat de geweldshandelingen die in de nacht van 12 maart 2017 zijn gepleegd, geen doorlopende gebeurtenis vormen. Er is op verschillende tijdstippen en op verschillende locaties geweld gepleegd. Op het moment dat de verdachte iets gooit, is hij de enige die dat doet. Verder blijkt uit het dossier niet dat de verdachte richting de politie heeft gegooid. Om die reden heeft de verdediging ook om vrijspraak verzocht van de subsidiair ten laste gelegde baldadigheid.
4.1.3.
Beoordeling
Inleiding
Op 11 maart 2017 verzamelde zich een grote groep mensen in de omgeving van het Turkse consulaat in Rotterdam. Aanleiding daarvoor was het bericht in de media dat de Turkse minister van Familiezaken een toespraak zou houden bij het consulaat. Zij is op 12 maart 2017, rond 01.00 uur in de nacht, onder begeleiding van de politie verwijderd bij het consulaat in Rotterdam en onder escorte naar Duitsland gereden. Na haar vertrek werd de menigte die zich verzameld had rondom het Turkse consulaat onrustig en ontstonden er ongeregeldheden in de straten rondom het consulaat. Door verschillende mensen in de menigte is, onder andere, met verschillende voorwerpen richting de aanwezige politieambtenaren gegooid en tegen politievoertuigen getrapt.
Verklaring verdachte
De verdachte heeft tijdens de zitting het volgende verklaard. In de nacht van 12 maart 2017 was hij in de buurt van de Erasmusbrug in Rotterdam, om te kijken naar de demonstratie. Hij zag dat het uit de hand liep en dat mensen met dingen gooiden. Op enig moment heeft hij een leeg pakje drinken, dat hij in zijn zak had, verfrommeld en weggegooid richting de trambaan. Op dat moment was het rustig op straat. Er was volgens hem geen politie in de buurt.
Openlijk geweld
In het dossier bevinden zich camerabeelden, die tijdens de zitting zijn getoond. Op die beelden is te zien dat de verdachte iets uit zijn jaszak pakt en weggooit. De officier van justitie heeft betoogd dat het weggegooide voorwerp vermoedelijk een steen betreft. De verdachte heeft, zowel bij de politie als tijdens de zitting, verklaard dat het een leeg pakje drinken was. De rechtbank overweegt dat op basis van de (bewegende) beelden niet valt vast te stellen wat de verdachte precies heeft weggegooid. Evenmin is vast te stellen waar de verdachte het voorwerp naar toe gooit. Verder is op de beelden te zien dat het rustig is op straat op het moment dat de verdachte het voorwerp weggooit. Er lopen wel mensen op straat, maar op de camerabeelden is niet te zien dat er op dat moment door andere personen ook voorwerpen worden gegooid of andere geweldshandelingen worden uitgevoerd.
De rechtbank is van oordeel dat het gooien van een voorwerp, waarvan niet vastgesteld kan worden wat dat voorwerp was, en zonder dat er op die locatie op dat moment sprake was van een groep die openlijk geweld pleegt, onvoldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging door de verdachte.
Baldadigheid
Subsidiair is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ‘baldadigheid’. Voor de bewezenverklaring van dat feit is vereist dat door het handelen van de verdachte gevaar of nadeel kon worden veroorzaakt voor –zoals dat is ten laste gelegd- politieambtenaren. De rechtbank is van oordeel dat, op basis van de camerabeelden, niet kan worden vastgesteld wat de verdachte heeft gegooid en of hij dit voorwerp gooide in de richting van politieambtenaren of richting de trambaan, zoals de verdachte zelf verklaart. Dat brengt met zich mee dat evenmin kan worden geoordeeld dat met het handelen van de verdachte gevaar of nadeel kon worden veroorzaakt voor politieambtenaren.
4.1.4.
Conclusie
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.V. Scheffers, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. F.W. van Lottum en L. Daum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni 2018.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 12 maart 2017 te Rotterdam,
op of aan de openbare weg(en), de Schiedamsevest en/of Westblaak en/of het
Churchillplein en/of Blaak en/of Plein 1940 en/of de Schiedamsedijk, in elk geval op of aan (een)
openbare weg(en)
openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en/of goederen
welk geweld bestond uit het
meermalen, althans eenmaal, (telkens) (met kracht)
naar, althans in de richting van één of meer politieagent(en) en/of
politievoertuig(en) en/of politiepaarden, gooien met
(een) ste(e)n(en), althans op (een) ste(e)n(en) gelijkend voorwerp(en)
en/of
(een) (deel van) stoeptegel(s)
en/of
vuurwerk
en/of
(een) fiets(en)
en/of
(een) voet(en) van (een) dranghekken
en/of
(een) dranghek(ken)
en/of
(een) voorwerp(en)
en/of
het (met kracht) trappen tegen de buitenspiegel van een politievoertuig;
Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 maart 2017 te Rotterdam, op of aan de openbare weg,
het Churchillplein, althans op enige voor het publiek toegankelijke plaats,
tegen personen (politieambtenaren) baldadigheid heeft gepleegd, waardoor
gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, bestaande die baldadigheid uit
het (in de richting van een/die politieambtena(a)ren) gooien van een steen,
althans een voorwerp.