Op 12 maart 2017 vonden ongeregeldheden plaats rondom het Turkse consulaat in Rotterdam nadat de Turkse minister van Familiezaken onder politiebegeleiding het consulaat verliet. Tijdens deze ongeregeldheden werd onder meer met voorwerpen gegooid naar politieambtenaren en politievoertuigen.
Verdachte werd ervan beschuldigd openlijk geweld te hebben gepleegd door een voorwerp te gooien in de richting van de politie en subsidiair baldadigheid. Tijdens de zitting verklaarde verdachte dat hij een leeg pakje drinken had weggegooid richting de trambaan, terwijl de officier van justitie stelde dat het vermoedelijk een steen was die naar de politie werd gegooid.
De rechtbank concludeerde op basis van camerabeelden dat niet vast te stellen was wat het voorwerp precies was en waar het naartoe werd gegooid. Ook was het op dat moment rustig op straat en was verdachte niet onderdeel van een groep die openlijk geweld pleegde. Hierdoor was het bewijs onvoldoende om openlijke geweldpleging of baldadigheid te bewijzen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 15 juni 2018.