Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer mr. E.R. Butin Bik, advocaat (hierna: advocaat);
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
van zes maanden;
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 23 maart 2018. Verzoeker verklaarde dat hij de lopende huurtermijnen vanaf april 2018 weer betaalt en voldoende inkomen heeft om de vaste lasten te voldoen.
Verweerster voerde aan dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het schuldbemiddelingstraject niet werd uitgevoerd door een erkende instelling zoals bedoeld in de Wet op het consumentenkrediet. Subsidiair stelde zij dat het verzoek moet worden afgewezen vanwege eerdere betalingsachterstanden en onbetrouwbaarheid van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat voor ontvankelijkheid niet vereist is dat het schuldbemiddelingstraject door een erkende instelling wordt uitgevoerd. Er was sprake van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. De belangenafweging leidde tot toewijzing van de voorlopige voorziening onder de voorwaarde dat de lopende termijnen worden voldaan. Verzoeker werd niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar kan later een nieuw verzoek indienen.
De voorziening geldt voor zes maanden en verlengt de huurovereenkomst voor die periode. Tevens moet de schuldbemiddelaar uiterlijk twee weken voor afloop van de voorziening verslag uitbrengen. De rechtbank merkte op dat onduidelijkheid bestond over de kosten en aard van het budgetbeheer door de schuldbemiddelaar.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden voldaan.