De rechtbank Rotterdam heeft op 29 maart 2018 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte die samen met een medeverdachte drie maal geldbedragen heeft weggenomen uit geldautomaten door middel van gestolen bankpassen en afgekeken pincodes. De feiten vonden plaats op 27 september 2013 in Roosendaal en op 5 oktober 2013 in 's-Hertogenbosch.
De bewijsvoering berustte onder meer op verklaringen van een medeverdachte, herkenning door verbalisanten aan de hand van camerabeelden, en verklaringen van slachtoffers. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was, met name betwijfelde zij de betrouwbaarheid van de verklaring van de medeverdachte en de herkenning op camerabeelden. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen betrouwbaar waren en de herkenningen voldoende duidelijk en betrouwbaar.
De feiten zijn wettig en overtuigend bewezen verklaard. De verdachte handelde in nauwe samenwerking met de medeverdachte, waarbij zij de pincodes afkeek en doorgaf, en de medeverdachte het geld opnam. De rechtbank kwalificeerde dit als medeplegen van diefstal met gebruik van een valse sleutel (de bankpas).
De strafmaat werd bepaald op basis van de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers (bejaarden), de berekenende wijze van handelen en het hoge recidivegevaar van de verdachte. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden.