Op 23 juli 2016 werd melding gemaakt van een aanranding van een dertienjarige jongen tijdens een familiefeest. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte aan zijn penis zat en foto's maakte met zijn telefoon terwijl hij sliep. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk.
De rechtbank oordeelde dat het DNA-spoor op de onderbroek van het slachtoffer niet onomstotelijk als daderspoor kon worden aangemerkt, mede door onduidelijkheid over de bewaring van het kledingstuk. Daarnaast was het overige bewijs, waaronder verklaringen van het slachtoffer en familieleden, onvoldoende overtuigend. De rechtbank merkte inconsistenties op in de verklaring van het slachtoffer en het ontbreken van getuigen die het incident zagen, ondanks de aanwezigheid van meerdere mensen in de ruimte.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde feit niet bewezen en sprak verdachte vrij. Het vonnis werd uitgesproken op 20 juni 2018 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.