AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevoegdheidsincident over forumkeuzebeding en samenhangende vorderingen in civiele procedure
In deze civiele procedure tussen Rodi Transport V.O.F., Boterman Techniek B.V. en Groeneveldt Marine Construction B.V. staat een bevoegdheidsincident centraal. Boterman stelt dat de rechtbank in Overijssel bevoegd is op grond van een forumkeuzebeding in de Metaalunievoorwaarden, terwijl Rodi dit betwist en stelt dat de voorwaarden niet van toepassing zijn en dat de zaken samenhangen.
De rechtbank overweegt dat het niet nodig is om de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden definitief te beoordelen in dit incident. Zelfs als de voorwaarden van toepassing zouden zijn, prevaleert artikel 107 RvPro boven artikel 108 RvPro vanwege de samenhang tussen de vorderingen tegen Boterman en Groeneveldt. Dit voorkomt versnippering van de procedure en tegenstrijdige uitspraken.
De rechtbank acht zich daarom bevoegd en wijst het verweer van Boterman af. Boterman wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De zaak zal worden voortgezet met een comparitie op 4 juli 2018.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het bevoegdheidsverweer van Boterman af.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/544776 / HA ZA 18-164
Vonnis in incident van 20 juni 2018
in de zaak van
vennootschap onder firma
RODI TRANSPORT V.O.F.,
gevestigd te Urk,
eiseres in conventie in de hoofdzaak,
verweerster in reconventie in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. M.W. Huijzer te Papendrecht,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOTERMAN TECHNIEK B.V.,
gevestigd te Zwolle,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
eiseres in het incident,
advocaat mr. H. Hommes te Zwolle,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GROENEVELDT MARINE CONSTRUCTION B.V.,
gevestigd te Hendrik-Ido-Ambacht,
gedaagde in conventie,
advocaat mr. A.Th. de Haan te Alblasserdam.
Partijen zullen hierna Rodi, Boterman en Groeneveldt genoemd worden.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 februari 2018, met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie en tevens houdende de incidentele
vordering tot onbevoegdverklaring aan de zijde van Boterman van 28 maart 2018;
- de conclusie van antwoord in conventie aan de zijde van Groeneveldt van 28 maart 2018;
- de incidentele conclusie van antwoord van 2 mei 2018.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2.De vordering in de hoofdzaak
2.1.
Binnen Rodi wordt door de heer [persoon 1] en mevrouw [persoon 2] het
binnenvaartschip het “ms Dirkje” geëxploiteerd.
2.2.
Op 24 februari 2016 is schade ontstaan op het “ms Dirkje”. De schade bleek te zijn
ontstaan doordat de as van de boegschroefmotor was afgeschoten.
2.3.
In maart 2016 heeft Rodi een gedeeltelijk gereviseerde DAF-boegschroefmotor en
boegschroefunit gekocht bij Boterman. Boterman heeft ook gezorgd voor de montage.
De hoofdzaak in conventie
2.4.
In de hoofdzaak in conventie vordert Rodi bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
ten aanzien van Boterman
1. te verklaren voor recht dat Boterman in de nakoming van de overeenkomst met
Rodi toerekenbaar tekort is geschoten en Boterman te veroordelen tot
(terug)betaling aan Rodi van:
a. a) bedragen ad € 11.738,-- (exclusief BTW) en een bedrag ad € 11.216,50
(exclusief BTW), zijnde de door Boterman aan Rodi in rekening gebrachte (en
door Rodi betaalde) factuurbedragen, beide bedragen te vermeerderen met de
wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW (althans de wettelijke rente ex
artikel 6:119 BWPro) vanaf de respectievelijke betaaldata tot aan de dag der
algehele voldoening; en
b) een bedrag ad € 2.457,40 (exclusief BTW) zijnde het door KTB aan Rodi in
rekening gebrachte (en door Rodi betaalde) factuurbedrag, te vermeerderen met
de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119 BWPro (althans de wettelijke rente ex
artikel 6:119 BWPro) vanaf de betaaldatum tot aan de dag der algehele voldoening;
c) een bedrag ad € 1.884,50 voor de kosten van [persoon 3] , vermeerderd met de
wettelijke handelsrente ex artikel 6:1 19a BW althans de wettelijke rente ex
artikel 6:119 BWPro vanaf de vroegst mogelijke datum tot aan de dag der algehele
voldoening;
d) een bedrag ad € 5.301,54 (excl. BTW) zijnde het door [persoon 4] aan Rodi in
rekening gebrachte (en door Rodi betaalde) factuurbedrag, te vermeerderen met
de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW (althans de wettelijke rente ex
artikel 6:119 BWPro) vanaf de betaaldatum tot aan de dag der algehele voldoening;
e) de schade die Rodi heeft geleden als gevolg van stilligdagen, havengelden,
reiskosten en diverse kleine onderdelen, een en ander zoals gespecificeerd in het
rapport van [persoon 3] van 29 juni 2017, zijnde een bedrag ad € 40.460,42 (excl.
BTW), vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente,
over dit bedrag vanaf de vroegst mogelijke datum tot aan de dag der algehele
voldoening, althans een zodanig bedrag als U E.A. zal vernemen te behoren, zo
nodig op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet met veroordeling tot
betaling van een voorschot ad € 20.000,--, althans een zodanig bedrag als U
E.A. zal vernemen te behoren;
f) een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.528,54, gebaseerd op
de Wet Incassokosten (uitgaande van een vordering ad € 75.353,86, althans een
door U E.A. te bepalen redelijk bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten.
Ten aanzien van Groeneveldt
2. te verklaren voor recht dat Groeneveldt toerekenbaar tekort is geschoten in de
nakomeling van haar verplichtingen als bewaarnemer, althans onrechtmatig heeft
gehandeld jegens Rodi, met veroordeling van Groeneveldt tot vergoeding van de
hierdoor door Rodi geleden en nog te lijden schade op te maken bij staat en te
vereffenen volgens de wet, met veroordeling tot betaling van een voorschot ad
€ 7.500.-, althans een zodanig bedrag als U E.A. zal vernemen te behoren;
Ten aanzien van zowel Boterman als Groeneveldt
3. Boterman en Groeneveldt hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn
bevrijd, te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris van de advocaat
van Rodi en het griffierecht daaronder begrepen.
2.5.
Aan haar vordering ten aanzien van Boterman legt Rodi - kort gezegd - ten
grondslag dat Boterman aansprakelijk is voor de door Rodi geleden schade vanwege haar
toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de met Boterman gesloten
overeenkomst(en). Boterman is tekort geschoten doordat de boegschroefmotor en -unit
gebreken vertoonden en verkeerd gemonteerd zijn.
Rodi legt aan haar vordering ten aanzien van Groeneveldt - kort gezegd - ten grondslag dat
Groeneveldt tekort is geschoten in haar verplichtingen als bewaarnemer doordat
Groeneveldt de boegschroefmotor niet heeft bewaard en dat zij gezamenlijk met Boterman onrechtmatig heeft gehandeld door de DAF-boegschroefmotor te verduisteren c.q. mee te geven aan Boterman.
2.6.
Boterman en Groeneveldt hebben beiden bij hun conclusie van antwoord de
vordering betwist.
De hoofdzaak in reconventie
2.7.
In de hoofdzaak in reconventie vordert Boterman - kort gezegd - bij vonnis,
uitvoerbaar bij voorraad, om Rodi te veroordelen tot betaling van € 5.063,45 de factuur van
30januari 2017 met nummer 2017009, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het
vonnis en - voor het geval voldoening binnen voornoemde termijn niet plaatsvindt - te
vermeerderen met de contractuele rente althans de wettelijke handelsrente, althans de
wettelijke rente te rekenen vanaf 1 maart 2017, met veroordeling van Rodi in de kosten.
2.8.
Rodi heeft nog geen verweer gevoerd.
3.Het geschil in het incident
3.1.
Boterman vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij voert hiertoe
- kort gezegd - aan dat het geschil behandeld dient te worden door Rechtbank Overijssel,
locatie Zwolle, omdat zij gevestigd is in Zwolle. Voorts zijn tussen Boterman en Rodi de
Metaalunievoorwaarden van toepassing waardoor de rechtbank Overijssel bevoegd is om
van het geschil kennis te nemen.
3.2.
Rodi concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering. Zij
voert hiertoe - kort gezegd - aan dat het vanuit proceseconomisch oogpunt de voorkeur
verdient om de zaken gezamenlijk te behandelen omdat zij met elkaar samenhangen. Rodi
betwist dat de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn op de overeenkomst tussen Rodi
en Boterman, althans dat artikel 20.3 van de Metaalunievoorwaarden nietig c.q.
vernietigbaar is. Op de opdrachtbevestiging zijn de Metaalunievoorwaarden slechts
genoemd om aan te geven dat er een garantietermijn van één jaar geldt. Ook is tijdens de
totstandkoming van de overeenkomst niet gesproken over algemene voorwaarden en zijn
deze niet door Boterman aan Rodi ter hand gesteld.
4.De beoordeling in het incident
4.1.
De incidentele conclusie tot onbevoegdheid is tijdig en voor alle weren genomen.
Boterman is daarom ontvankelijk in het incident.
4.2.
Boterman doet een beroep op de Metaalunievoorwaarden waarin een
forumkeuzebeding is opgenomen op grond waarvan de rechtbank Overijssel bevoegd zou
zijn. Partijen twisten over de vraag of de Metaalunievoorwaarden van toepassing zijn. Rodi betwist de toepasselijkheid te zijn overeengekomen en zij doet een beroep vernietiging omdat de voorwaarden niet aan haar ter hand zouden zijn gesteld. Of de voorwaarden van toepassing zijn kan in het incident in het midden worden gelaten. Indien er veronderstellenderwijs vanuit zou worden gegaan dat de Metaalunievoorwaarden inderdaad van toepassing zijn, dan nog dient de incidentele vordering te worden afgewezen gelet op het volgende:
4.3.
Artikel 108 lid 1 RvPro biedt partijen de mogelijkheid om bij overeenkomst een relatief bevoegde rechter aan te wijzen (forumkeuzebeding). De volgens een forumkeuze bevoegde rechter is in beginsel bij uitsluiting bevoegd om van het geschil tussen partijen kennis te nemen. Dat zou ertoe leiden dat verschillende rechters over de zaak moeten oordelen.
4.4.
In de onderhavige zaak is sprake van een samenhang tussen de verschillende
vorderingen en maken zij deel uit van hetzelfde feitencomplex. Rodi heeft namelijk gesteld (hetgeen door gedaagden wordt betwist) dat Boterman en Groeneveldt hebben “samengespannen” door de motor in kwestie in bezit van Boterman te stellen “kennelijk met als enige doel om daarmee bewijsmateriaal weg te maken of in haar voordeel te bewerken”.
4.5.
Overwogen wordt dat het om redenen van doelmatigheid, en ter vermijding van tegenstrijdige beslissingen, wenselijk is dat de procedure door één rechter beoordeeld wordt.
Dit betekent dat het strijdig is met de eisen van een goede procesorde dat de vorderingen worden opgeknipt, in die zin dat de rechtbank (uitsluitend) ten aanzien van de vordering jegens Groeneveldt bevoegd zou zijn, als gevolg waarvan een onderling verweven zaak aan verschillende rechters zou moeten worden voorgelegd. Daarbij komt dat van enig rechtens te respecteren belang van Boterman bij verwijzing naar de rechtbank Overijssel niet is gebleken. Weliswaar behoeft een partij die zich op een forumkeuzebeding beroept daarbij in beginsel geen bijzonder belang te stellen, maar in de gegeven omstandigheden, met verschillende gedaagden en onderling verweven vorderingen, had dat wel van Boterman verwacht mogen worden.
4.6.
Aldus acht de rechtbank zich bevoegd op grond van artikel 107 RvPro en zal de vordering in het bevoegdheidsincident worden afgewezen.
4.7.
Boterman zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het
incident worden veroordeeld.
5.De beslissing
De rechtbank
in het incident
5.1.
wijst het gevorderde af,
5.2.
veroordeelt Boterman in de kosten van het incident, aan de zijde van Rodi tot op
heden begroot op € 452,00,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 juli 2018 voor beraad
rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken op