Rvaring, een uitzendbureau, vordert betaling van openstaande facturen van Infraprocessing voor de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht. Infraprocessing weigert te betalen en stelt dat de vordering moet worden verrekend met schade veroorzaakt door de uitzendkracht die ransomware binnenhaalde op de bedrijfscomputer.
De rechtbank stelt vast dat de uitzendkracht een fout heeft gemaakt tijdens werkzaamheden bij Infraprocessing, maar dat Rvaring als uitlener zeggenschap had over deze uitzendkracht. De aansprakelijkheid van Rvaring is echter uitgesloten in haar algemene voorwaarden, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid bij selectie, wat niet is gesteld of gebleken.
De rechtbank oordeelt dat de uitsluiting van aansprakelijkheid niet onredelijk bezwarend is en dat er geen schade is die verrekend kan worden met de vordering. De facturen worden daarom toegewezen met contractuele rente en buitengerechtelijke kosten. De voorwaardelijke reconventionele vordering van Infraprocessing wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.