Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer mr. E.R. Butin Bik, advocaat (hierna: advocaat).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster, de energieleverancier, verplicht tot heraansluiting van gas- en elektriciteitslevering. De levering was op 30 april 2018 gestaakt ondanks een eerder vonnis van de kantonrechter en lopende betalingen door verzoekster.
Tijdens de zitting is gebleken dat verzoekster sinds september 2016 in een minnelijk traject zit bij schuldhulpverlener Deco, waarbij een schuldregeling van 15% aan schuldeisers is voorgesteld maar niet door alle schuldeisers is geaccepteerd. Verzoekster betaalt maandelijks via Deco een deel van de schuld. Verweerster heeft de levering gestaakt wegens niet-betaling en eist volledige betaling.
De rechtbank oordeelt dat de situatie een bedreiging vormt en dat aan de voorwaarden voor heraansluiting is voldaan omdat verzoekster zich heeft gemeld bij schuldhulpverlening en de vordering is betrokken in het minnelijk traject. De belangenafweging leidt tot toewijzing van de voorlopige voorziening onder de voorwaarde dat lopende termijnen via budgetbeheer tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling omdat het minnelijk traject nog loopt en het verzoek tot dwangakkoord nog niet is ingediend. De voorziening geldt voor zes maanden, waarna Deco verslag moet uitbrengen over de voortgang.
Uitkomst: De rechtbank gebiedt heraansluiting van de energielevering voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige betaling via budgetbeheer en verklaart het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk.