ECLI:NL:RBROT:2018:5087
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking opsporingsbevoegdheid buitengewoon opsporingsambtenaar wegens ontoelaatbaar gedrag en betrouwbaarheidstekort
Eiser, sinds 2007 stadswacht en buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa), kreeg in 2017 zijn opsporingsbevoegdheid ingetrokken na een onderzoek naar zijn betrouwbaarheid. Dit volgde op een aanhouding in oktober 2016 waarbij hij zich fysiek verzette en weigerde zijn identiteitsbewijs te tonen, gevolgd door rijden onder invloed. Eerder had eiser ook strafbare feiten gepleegd, waaronder rijden onder invloed in 2008 en een APV-overtreding in 2012.
Verweerder handhaafde de intrekking na bezwaar, waarbij werd gewezen op het belang van betrouwbaarheid voor Boa’s en het ontoelaatbare gedrag van eiser. Eiser voerde aan dat zijn gedragingen samenhingen met psychische klachten en alcoholgebruik, en dat eerdere feiten niet meegewogen mochten worden. Ook stelde hij dat de intrekking disproportioneel was en dat een waarschuwing volstond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de betrouwbaarheid terecht heeft getoetst, ook met inachtneming van eerdere feiten binnen de terugkijktermijn van tien jaar. De gedragingen van eiser zijn passend aangemerkt als ontoelaatbaar binnen zijn functie. Psychische klachten doen niet af aan zijn verantwoordelijkheid. De belangenafweging van verweerder was voldoende gemotiveerd en proportioneel. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de opsporingsbevoegdheid wordt ongegrond verklaard.