ECLI:NL:RBROT:2018:5102
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar Wajong-uitkering wegens te late indiening
Eiser diende een voorlopig bezwaarschrift in tegen een besluit van 10 juli 2017 over een indicatie banenafspraak, maar wilde eigenlijk bezwaar maken tegen de afwijzing van zijn Wajong-uitkering. Dit bleek pas na de bezwaartermijn bij een aanvullend bezwaarschrift. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen de Wajong-uitkering daarom niet-ontvankelijk wegens te late indiening.
Eiser voerde aan dat het verkeerde besluit per abuis was meegestuurd en dat de juiste datum en het juiste kenmerk wel waren vermeld. Ook stelde hij dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat verweerder de ontvangst had bevestigd en hem de gelegenheid gaf zijn bezwaargronden aan te vullen.
De rechtbank oordeelde dat het voorlopige bezwaarschrift onvoldoende duidelijk maakte tegen welk besluit het bezwaar was gericht. Omdat het bezwaar tegen de Wajong-uitkering pas na de termijn werd ingediend, was het te laat. De hersteltermijn betrof alleen de gronden van het bezwaar, niet de omschrijving van het besluit. De rechtbank vond dat de formele vereisten en termijnen in acht moesten worden genomen en dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare redenen.