De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen de verdachte die werd beschuldigd van bedreiging en opruiing door middel van het online plaatsen van een filmpje en een zogenaamd 'smoelenboek' met afbeeldingen van politieagenten in een virtueel spel genaamd "Poke-a-Cop GO!".
De officier van justitie eiste een werkstraf, vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf, stellende dat het spel opriep tot geweld tegen het openbaar gezag. De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding onvoldoende concreet was en dat vervolging een ontoelaatbare inbreuk op de vrijheid van meningsuiting betekende.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding geldig was en dat de vervolging ontvankelijk was, maar dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. De bedreiging en opruiing betroffen immers virtuele figuurtjes die geen personen zijn en geen onderdeel uitmaken van het openbaar gezag.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 3 mei 2018.