Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde] ,
[gedaagde] , in haar hoedanigheid van ouder/wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige kind [dochter],
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 september 2016, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 7 juli 2017 van de kantonrechter, waarbij de zaak naar de handelskamer is verwezen,
- het proces-verbaal van comparitie van 10 november 2017, met daaraan gehecht de brief van mr. Ramdas van 15 november 2017,
- het tussenvonnis van 29 november 2017 waarin een comparitie van partijen wordt gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 15 mei 2018.
2.De feiten
3. De beslissing
4. De beoordeling
3.Het geschil
4.De beoordeling
Dwangsommen onverschuldigd betaald?
1.383,00(3,0 punt × tarief € 461,00)