Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
de vennootschap naar buitenlands recht Hoist Portfolio Holding Ltd.,
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
Rechtbank Rotterdam
Gedaagden sloten in 2008 een kredietovereenkomst met Intermediaire Voorschotbank B.V. (voorheen NVF Voorschotbank B.V.) waarbij zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een krediet van € 26.000,-. Na betalingsachterstanden en sommatiebrieven heeft Hoist Portfolio Holding Ltd. de vordering overgenomen via cessie.
Hoist vordert betaling van het openstaande bedrag en rente van gedaagden. Gedaagden betwisten de rechtsgeldigheid van de cessie, stellen dat niet aan de vereisten van artikel 3:94 lid 1 BW Pro is voldaan, en voeren verjaring en redelijkheid en billijkheid aan.
De rechtbank oordeelt dat Hoist als professionele partij de akte van cessie had moeten overleggen nu hiertegen verweer is gevoerd. Het ontbreken van deze akte betekent dat niet is komen vast te staan dat aan de wettelijke vereisten is voldaan en dat Hoist een vorderingsrecht heeft. De vordering wordt daarom afgewezen. Hoist wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Hoist Portfolio Holding Ltd. wordt afgewezen wegens het ontbreken van de akte van cessie en niet voldoen aan artikel 3:94 lid 1 BW.