4.4.Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 2 impliciet subsidiair, 5 en 7 impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1, 4 subsidiair en 6 ten laste gelegde heeft begaan.
De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:
1.
hij op 31 juli 2016 te Rotterdam een goed, te weten een
bromfiets/scooter (merk: Kymco), heeft voorhanden gehad,
terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat goed
wist, dat het een door misdrijf,
namelijk door diefstal, verkregen goed betrof;
2.
[10/124993-16]
hij
op 31 mei2016 te Rhoon, gemeente
Albrandswaard, tezamen en in vereniging met een ander,
een goed, te weten een snorfiets (merk Piaggio) heeft, voorhanden
gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden
krijgen, redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
[naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] op 27 september 2015 te Rotterdam
ter uitvoering van het door [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] voorgenomen misdrijf om
tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-
eëigening weg te nemen, een scooter/bromfiets (merk Piaggio Zipp, kenteken: [kentekennummer 1] ), toebehorende aan [naam slachtoffer 1] ,
en die weg te nemen scooter/bromfiets onder hun bereik te brengen
door middel van, verbreking terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam
is geweest door op de uitkijk te staan;
5.
[10/181226-15]
hij op 4 augustus 2015 te Rotterdam
openlijk, te weten op of aan de openbare weg, de Spinozaweg,
in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen (te weten [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] ), welk geweld bestond uit
-het trappen in de rug van die [naam slachtoffer 2]
en
-het meermalen, (met de vuist) slaan en/of stompen in
het gezicht, van die [naam slachtoffer 3] , ten gevolge waarvan die
[naam slachtoffer 3] ten val is gekomen en
-het meermalen, trappen in de rug, van die [naam slachtoffer 3] (terwijl die [naam slachtoffer 3] op de grond lag);
6.
[10/181226-15]
hij op 4 augustus 2015 te Rotterdam opzettelijk en
wederrechtelijk een fiets, toebehorende aan een ander of anderen dan aan
verdachte, heeft beschadigd;
7.
[10/181226-15]
hij op 3 september 2015 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een ander,
een bromfiets/brommobiel (van het merk Peugeot S1) heeft,
voorhanden gehad, terwijl hij en/of zijn
mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die
eer
dergenoemde bromfiets/brommobiel redelijkerwijs had(den)
moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.