De zaak betreft een geschil tussen Stichting Havensteder en een huurder over niet-betaalde huur en huurprijsvermindering wegens gebreken in de woning. De huurder had een betalingsachterstand opgebouwd en stelde een betalingsregeling te hebben, die zij niet is nagekomen. Daarnaast vorderde zij huurprijsvermindering voor de periode augustus tot en met november 2017 vanwege ontbrekende keukenkasten en afzuigkap.
De kantonrechter oordeelt dat de betalingsregeling is vervallen door niet-nakoming. De huurprijsvermindering wordt toegewezen met een bedrag van € 100 per maand voor de genoemde periode, omdat de gebreken erkend zijn en rond 1 december 2017 zijn verholpen. De huurder heeft onvoldoende onderbouwd dat de woning onbewoonbaar was.
De achterstallige huurpenningen worden vastgesteld op € 2.625,73, inclusief een correctie voor de huurprijsvermindering. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens niet-nakoming, maar de huurder krijgt een termijn van één maand om de schuld te voldoen. Bij niet-nakoming volgt ontruiming.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de lopende huur vanaf april 2018 tot ontruiming. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.