ECLI:NL:RBROT:2018:5444
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs zware mishandeling met zwaar lichamelijk letsel
De rechtbank Rotterdam heeft op 9 mei 2018 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van zware mishandeling waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel had opgelopen. De tenlastelegging betrof het opzettelijk toebrengen van een gebroken neus en/of enkel door middel van slaan, stompen, schoppen of trappen.
Tijdens de terechtzitting van 26 april 2018 is het bewijs onderzocht. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren van mening dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte zonder nadere motivering vrij.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd van €1.226,68 aan materiële schade en €10.000 aan immateriële schade. Omdat verdachte niet werd veroordeeld, verklaarde de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering en veroordeelde haar in de kosten die door verdachte ter verweer zijn gemaakt, welke tot op heden nihil zijn.
De rechtbank heeft hiermee geen inhoudelijke beslissing genomen over de schadevergoeding. Het vonnis is gewezen door voorzitter P. Putters en rechters G.P. van de Beek en W.J. Loorbach en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van zware mishandeling.