ECLI:NL:RBROT:2018:5445
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel binnendringen van minderjarige
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het plegen van seksuele handelingen met een minderjarige, waaronder seksueel binnendringen. De tenlastelegging betrof een incident op 4 augustus 2017 op een camping in Wassenaar.
De officier van justitie baseerde haar eis op verklaringen van de moeder en broers van het slachtoffer. De verdachte ontkende vanaf het begin en hield dit vol tijdens de terechtzitting. Het slachtoffer zelf is niet gehoord en er werden geen letsels vastgesteld bij het forensisch medisch onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende overtuigend waren, mede vanwege tegenstrijdigheden, mogelijke beïnvloeding van het slachtoffer en het ontbreken van direct bewijs. Daarom werd het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen geacht en sprak de rechtbank verdachte vrij.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, waarbij de voorzitter tevens kinderrechter was.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van het ten laste gelegde seksueel binnendringen.