ECLI:NL:RBROT:2018:5621
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duur ondersteuningsarrangement Wmo en procesbelang
Eiser, met lichamelijke en psychiatrische aandoeningen, ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Na een primair besluit en een gedeeltelijk gegrond verklaard bezwaar werd het pgb verhoogd, maar de duur van de indicatie bleef beperkt tot één jaar vanwege veranderlijkheid van eisers psychische klachten.
Eiser betwistte de duur van de indicatie, stellende dat zijn klachten niet zouden afnemen. De rechtbank onderzocht het procesbelang, aangezien de indicatie inmiddels was verlopen en er nog geen besluit was genomen op een nieuwe aanvraag. Gezien de nieuwe melding van eiser was er voldoende procesbelang aanwezig.
De rechtbank oordeelde dat de duur van één jaar passend was, mede op basis van een evaluatierapport van de zorgverlener waarin vooruitgang werd geconstateerd en herstel mogelijk werd geacht. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat verbetering van zijn psychische klachten uitgesloten was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de duur van het ondersteuningsarrangement wordt ongegrond verklaard.