In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van een factuur van €1.507,80 plus incassokosten en wettelijke rente wegens niet-betaling door gedaagde. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat zij opschorting van betaling mag toepassen vanwege gebreken aan de geleverde en geplaatste goederen.
De kantonrechter beoordeelt of gedaagde tijdig aan haar klachtplicht heeft voldaan. Uit de stukken en het verhandelde blijkt dat gedaagde pas op 26 oktober 2017 schriftelijk klaagde, terwijl zij eerder geen melding maakte van gebreken. Een e-mail van mei 2017 waarin betaling werd toegezegd zonder klachten wordt vermoed van haar afkomstig, en het late klagen schaadt de belangen van eiseres omdat herstel door een ander bedrijf is verricht.
Daarom kan gedaagde geen beroep doen op opschorting van betaling. De vordering tot betaling van de factuur, incassokosten en wettelijke rente wordt toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.