ECLI:NL:RBROT:2018:5789
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. de Gans
- H. Bedee
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering WIA-uitkering wegens ontbreken verzekeringsplicht
Eiseres ontving een WIA-uitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd ingetrokken en teruggevorderd omdat uit onderzoek bleek dat zij op de eerste ziektedag niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond en daardoor niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringen.
Eiseres voerde aan dat de intrekking met terugwerkende kracht in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat het voor haar niet duidelijk was dat zij ten onrechte een uitkering ontving. De rechtbank overwoog dat volgens vaste rechtspraak intrekking met terugwerkende kracht in principe in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, tenzij de betrokkene wist of redelijkerwijs had moeten weten dat intrekking mogelijk was.
In dit geval was eiseres op 19 oktober 2015 als verdachte gehoord en volgden in december 2015 besluiten tot intrekking en terugvordering van de Ziektewet-uitkering. Hierdoor kon het haar redelijkerwijs duidelijk zijn dat de WIA-uitkering op een fout berustte. Het feit dat de Ziektewet-besluiten nog niet onherroepelijk zijn, doet hieraan niet af. Ook het ontbreken van uitlatingen die het vertrouwen in de WIA-uitkering zouden rechtvaardigen, en de telefonische mededeling van een medewerker van verweerder, leiden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.