ECLI:NL:RBROT:2018:5822
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- J. de Gans
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde betaalde werkzaamheden
Eiser ontving sinds 2008 bijstand als alleenstaande. Verweerder ontdekte dat eiser sinds 2009 werkzaamheden verrichtte bij een stomerij, waarbij hij dagelijks kleding vervoerde en een onkostenvergoeding ontving. Deze activiteiten werden aangemerkt als op geld waardeerbare werkzaamheden, geen vrijwilligerswerk.
Verweerder trok het recht op bijstand over de periode 20 december 2016 tot 1 maart 2017 in en vorderde de uitbetaalde bijstand terug omdat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door deze werkzaamheden niet te melden. Eiser voerde aan dat hij dacht dat het vrijwilligerswerk was en dat hij onvoldoende geïnformeerd was over zijn meldplicht.
De rechtbank oordeelde dat de last van bewijs bij verweerder lag, maar dat uit waarnemingen en verklaringen bleek dat het om betaalde werkzaamheden ging. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij recht had op bijstand over de periode. Daarom was intrekking en terugvordering terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.