In deze civiele procedure tussen eiser en Reaal Schadeverzekeringen N.V. staat een bevoegdheidsincident centraal. Reaal verzoekt de rechtbank om de zaak te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken, stellende dat de vordering van eiser niet boven de kantongrens van €25.000 uitkomt. Reaal baseert dit op een aantekening van een incassobureau waaruit zou blijken dat de roerende zaken van eiser geen verhaal bieden.
Eiser betwist dit en stelt dat de schade aan haar inboedel inmiddels is begroot op €90.165,-, waardoor de vordering ruim boven de kantongrens ligt. De rechtbank beoordeelt dat de enkele aantekening van het incassobureau onvoldoende is om te concluderen dat de vordering onder de €25.000 blijft. Daarom wijst de rechtbank de incidentele vordering van Reaal af en verwijst de zaak niet naar de kantonrechter.
De beslissing omtrent de kosten van het incident wordt aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak. De rechtbank bepaalt tevens dat de zaak op 18 juli 2018 weer op de rol komt voor beraad over een comparitie van rolrechter.