Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het impliciet primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval, waarbij de rechter het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt een belangrijke objectieve aanwijzing, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.
5.Strafbaarheid feit en strafbaarheid verdachte
6.Motivering straf
- het rapport van het Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering, gedateerd 1 november 2017;
- het rapport van psycholoog drs. J.J. van der Weele, gedateerd 9 november 2017;
- het rapport van psychiater G.H.E. Van Hoecke, gedateerd 16 november 2017.
7.Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaar;
€ 3.704,85 (zegge: drieduizend zevenhonderdvier euro en vijfentachtig cent), aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 3.704,85 (zegge: drieduizend zevenhonderdvier euro en vijfentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;
47 dagen;