ECLI:NL:RBROT:2018:6436
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot omzetting faillissement in schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot opheffing van haar faillissement met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dit verzoek is behandeld door de rechtbank Rotterdam, waarbij zowel verzoekster als de curator zijn gehoord.
De curator adviseerde positief, maar stelde dat verzoekster niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 15b, eerste lid, Faillissementswet. De rechtbank onderzocht of verzoekster aan de voorwaarden van dit artikel voldeed, waaronder het niet eerder indienen van een verzoek tot schuldsanering binnen de gestelde termijnen.
Uit de feiten blijkt dat verzoekster op 25 juni 2015 al een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had ingediend, dat niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een verklaring over pogingen tot minnelijke schuldregeling. Dit verzoek was voorafgaand aan het faillissement van 22 maart 2016 ingediend. Hierdoor voldoet verzoekster niet aan de voorwaarden van artikel 15b Fw.
De rechtbank verklaart daarom het huidige verzoek niet-ontvankelijk. Wel wordt opgemerkt dat verzoekster na opheffing van het faillissement opnieuw een verzoek tot schuldsanering kan indienen, waarbij onder meer getoetst zal worden op de aanwezigheid van een buitengerechtelijke schuldregeling, de goeder trouw van de schulden en een stabiele inkomenspositie.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot omzetting van het faillissement in een schuldsaneringsregeling.