ECLI:NL:RBROT:2018:6685
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken voltooide hennepoogst
De veroordeelde is veroordeeld voor het telen en aanwezig hebben van hennepplanten en diefstal van stroom door middel van braak. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €29.490,-, gebaseerd op de veronderstelling van één voltooide hennepoogst.
De verdediging betoogde dat geen oogst heeft plaatsgevonden in de periode dat de hennepkwekerij bestond, onderbouwd met verklaringen van getuigen en bankafschriften waaruit geen winst blijkt. De hennepplanten waren bij ontmanteling ongeveer 60 dagen oud, terwijl een oogst na circa 70 dagen mogelijk is.
De rechtbank concludeerde dat de aanwijzingen voor een voltooide oogst, zoals vervuiling en hennepresten, onvoldoende overtuigend zijn omdat gebruikte materialen tweedehands waren en vervuiling mogelijk al aanwezig was. Hierdoor is niet aannemelijk dat de veroordeelde voordeel heeft genoten uit de hennepkwekerij.
Daarom werd de ontnemingsvordering afgewezen. Dit vonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 26 juni 2018.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de veroordeelde een voltooide hennepoogst heeft gehad.