ECLI:NL:RBROT:2018:6711
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.P.M. Jurgens
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid bij uitstelvergunning
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter van de rechtbank Rotterdam wegens vermeende subjectieve en objectieve partijdigheid bij de beslissing om een tweede uitstelverzoek van de tegenpartij te honoreren.
De procedure betrof twee gevoegde zaken met een geplande comparitie op 25 mei 2018. Na een eerste afwijzing van een uitstelverzoek werd het tweede verzoek alsnog gehonoreerd zonder dat de rechter de andere partijen vroeg naar hun redenen voor afwijzing. Verzoeker stelde dat dit onzorgvuldig was en dat de belangen van een spoedige uitspraak werden geschaad.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking vormt. De gegeven motivering van de rechter was niet onbegrijpelijk en er waren geen objectieve factoren die vooringenomenheid aannemelijk maakten.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De wrakingskamer benadrukte dat het niet haar taak is om inhoudelijk te toetsen of het uitstel al dan niet terecht werd verleend, maar slechts om te beoordelen of er aanwijzingen zijn voor partijdigheid.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.