ECLI:NL:RBROT:2018:6713
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.P.M. Jurgens
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele procedure pensioenfonds
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij een civiele procedure tussen verzoeker en een pensioenfonds. Het wrakingsverzoek betrof het terugkomen van de rechter op een eerdere rolbeslissing, waardoor het pensioenfonds alsnog schriftelijk mocht reageren nadat aanvankelijk was bepaald dat geen verdere stukken meer werden toegelaten.
De rechter had het belang van het pensioenfonds om haar standpunt kenbaar te maken zwaarder gewogen dan het belang van verzoeker bij een snellere procedurevoortgang. Verzoeker stelde dat dit partijdigheid betrof en dat de belangenafweging ondeugdelijk was. De rechter wees dit van de hand en gaf aan bevoegd te zijn om op zijn rolbeslissing terug te komen.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig moet worden vermoed, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Een onwelgevallige of mogelijk onjuiste beslissing vormt op zichzelf geen grond voor wraking. De rechtbank vond dat de beslissing van de rechter niet onbegrijpelijk was en dat er geen aanwijzingen waren voor partijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond was en wees het af. De beslissing werd uitgesproken door mr. M.G.L. de Vette namens de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan grond voor partijdigheid.