ECLI:NL:RBROT:2018:6715
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- A.A. Kalk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na einduitspraak
Verzoeker heeft op 12 juni 2018 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A.I. van Strien, senior rechter te Rotterdam, nadat deze op diezelfde dag een einduitspraak had gedaan in een bestuursrechtelijke procedure (zaak ROT 18/2855).
De wrakingskamer heeft het dossier van de procedure bestudeerd, inclusief het proces-verbaal van de zitting van 12 juni 2018, waaruit blijkt dat de rechter de zaak definitief heeft afgesloten met een eindbeslissing. Wraking is bedoeld om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen zolang deze nog bij de behandeling van de zaak betrokken is.
Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, was de rechter op dat moment niet meer met de zaak belast. Hierdoor kon het doel van wraking niet meer worden bereikt en is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek daarom op 9 juli 2018 afgewezen op grond van artikel 8:15 Awb Pro en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam. De beslissing is ter openbare terechtzitting uitgesproken door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn namens de meervoudige kamer voor wrakingszaken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de einduitspraak werd ingediend.