ECLI:NL:RBROT:2018:6817
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte persoonsgebonden budget na wijziging indicatie Wlz volgens hebben-is-houdenregeling
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder (VGZ Zorgkantoor B.V.) over de hoogte van haar persoonsgebonden budget (pgb) voor 2017, na een verhoging van haar indicatie Wlz van zorgprofiel 6 naar 7. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het pgb vastgesteld op € 6.368,49, waarbij het resterende budget is toegekend aan zorg in natura via een modulair pakket thuis (mpt).
Eiseres stelde dat het pgb niet correct was vastgesteld omdat eerst de kosten voor zorg in natura in mindering werden gebracht in plaats van het gewenste pgb te reserveren, en dat de rechtsgrondslag van de hebben-is-houdenregeling onduidelijk en niet kenbaar was. Verweerder voerde aan dat het totale budget conform de wettelijke bepalingen en het toetsingskader doelmatige en verantwoorde zorg thuis is vastgesteld, waarbij eiseres zelf het voorstel voor verdeling van het budget had gedaan.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het budget correct heeft vastgesteld op basis van het door eiseres ingediende aanvraagformulier en dat het buitenwettelijk begunstigend beleid van de hebben-is-houdenregeling consistent is toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt ongegrond verklaard.