Eiser, een minderjarige met Autisme Spectrum Stoornis en ADHD, had een indicatie voor zorg via de AWBZ die overging in een pgb op grond van de Jeugdwet. De moeder van eiser, tevens wettelijk vertegenwoordiger, vroeg een pgb aan voor persoonlijke verzorging en begeleiding, deels door haarzelf te leveren. De gemeente kende een pgb toe voor begeleiding vanuit het netwerk en gespecialiseerde begeleiding, maar weigerde een pgb voor de door de moeder te leveren zorg na de overgangsperiode.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek van de gemeente niet voldoet aan de zorgvuldigheidseisen zoals geconcretiseerd door de Centrale Raad van Beroep. De gemeente heeft onvoldoende onderzocht of de moeder zonder pgb in staat zou zijn de zorg te blijven verlenen, waarbij het belang van het gezinsinkomen en de mogelijke keuze tussen zorgverlening en inkomen onvoldoende is meegewogen.
Ook is het standpunt van de gemeente dat geen voorziening kan worden getroffen voor uren waarop eiser niet naar school gaat, onvoldoende gemotiveerd gelet op de problematiek van eiser. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en geeft de gemeente de gelegenheid het gebrek binnen negen weken te herstellen door aanvullend onderzoek en/of een nieuwe beslissing op bezwaar.
De rechtbank bepaalt dat het vervolgproces zich beperkt tot de besproken beroepsgronden en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak. Eiser wordt verzocht aanvullende informatie te verstrekken over de gezinssituatie en schoolbezoek van eiser.