Partijen zijn voormalige echtelieden die in gemeenschap van goederen waren gehuwd en sinds 2011 gescheiden. De gemeenschappelijke woning in Schiedam is sinds de echtscheiding niet verkocht, ondanks afspraken in een schikking uit 2016 dat de man medewerking zou verlenen aan verkoop.
De vrouw vordert dat de man en diens broer de woning verlaten zodat deze leeg verkocht kan worden, en dat zij zonder medewerking van de man de woning mag verkopen. De man voert onder meer aan dat de procedure niet correct is ingeleid en dat hij de woning wil overnemen.
De rechtbank oordeelt dat de langdurige onverdeeldheid van zeven jaar substantieel is, dat de man onvoldoende inspanningen heeft verricht om verkoop te realiseren, en dat de woonlasten en overlast voor de vrouw onaanvaardbaar zijn. De vordering tot verkoop zonder medewerking en ontruiming wordt toegewezen, met een dwangsom en mogelijkheid tot inschakeling van de sterke arm.
De vrouw wordt gemachtigd tot verkoop tegen de huidige vraagprijs met WOZ-waarde als bodemprijs. De man en vrouw dragen ieder de helft van woonlasten en verkoopkosten vanaf ontruiming. De vordering tot vervanging van sloten op kosten van de man wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.