De rechtbank Rotterdam behandelde een civiele zaak waarin eiser stelde dat makelaarskantoor Rijndelta onrechtmatig had gehandeld door een onjuiste oppervlakte van een appartement in de verkoopbrochure te vermelden. De oppervlakte was hoger opgegeven dan de werkelijke meting volgens NEN-2580, wat volgens eiser een beroepsfout was die tot schade had geleid.
Rijndelta erkende de rekenfout, maar voerde verweer op basis van klachtplicht en verjaring. De rechtbank verwierp het beroep op klachtplicht omdat onvoldoende was gebleken dat Rijndelta door het tijdsverloop was benadeeld. Ook was de vordering niet verjaard omdat de relatie tussen partijen niet die van koper en verkoper was.
Hoewel de rechtbank oordeelde dat sprake was van een beroepsfout, vond zij onvoldoende bewijs dat deze fout tot schade had geleid. Eiser had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij het appartement voor een lagere prijs had gekocht als de juiste oppervlakte was vermeld, mede omdat hij het appartement later met winst had verkocht.
De rechtbank wees daarom de vordering af en veroordeelde eiser in de proceskosten.