ECLI:NL:RBROT:2018:7467
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen intrekking bijstandsuitkering wegens verkeerde bekendmaking
Eiser was sinds 25 november 2011 geregistreerd als geëmigreerd naar Curaçao. Verweerder had op 10 mei 2012 een primair besluit genomen tot intrekking van de bijstandsuitkering met ingang van 1 oktober 2010, maar dit besluit werd naar het oude adres van eiser gestuurd. Op 6 oktober 2014 werd een herzieningsbesluit genomen waarin de intrekking en terugvordering van teveel ontvangen bijstand werd bevestigd en dit besluit werd naar het juiste adres gestuurd.
Eiser maakte bezwaar tegen het primaire besluit van 2012, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het primaire besluit niet als besluit in de zin van de Awb werd gezien vanwege verkeerde bekendmaking. De rechtbank bevestigde dit oordeel in een eerdere uitspraak van 9 februari 2018. Eiser stelde dat het primaire besluit rechtsgevolg had en niet was ingetrokken door het herzieningsbesluit.
De rechtbank oordeelt dat het primaire besluit niet rechtsgeldig in werking is getreden door de verkeerde bekendmaking. De intrekking en terugvordering zijn rechtsgeldig via het besluit van 6 oktober 2014. Het bezwaar tegen het primaire besluit is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het primaire besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard.