Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 1 augustus 2017, met producties;
- de akte vermeerdering van eis, met één productie;
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;
- het tussenvonnis (de brief) van de rechtbank van 25 oktober 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- de brief van de rechtbank van 23 februari 2018, waarbij een zittingsagenda aan partijen is toegezonden;
- de conclusie van antwoord in reconventie, tevens wijziging van eis in conventie, met producties;
- de akte nadere producties, tevens wijziging van eis in reconventie;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 19 april 2018;
- de ter zitting door mrs. Van der Leer en Van Driel overgelegde pleitaantekeningen.
2.De feiten
Opzegging van de maatschap als bedoeld in de lid 2 van dit artikel kan uitsluitend
De maatschap omvat de verloskundige praktijk, zoals deze tot op dit moment in Rotterdam
indien één van de partijen gedurende een aaneengesloten periode van een jaar of meer
Bij beëindiging van de maatschap heeft ieder der partijen de vrije beschikking over haar
De resterende vorderingen en schulden van de maatschap dienen zo spoedig mogelijk te
Tot aan het einde van de verrekening en vereffening blijven de daarvoor in aanmerking
Indien bij beëindiging van de maatschap, anders dan door overlijden, één van de partijen
In geval van beëindiging van de maatschap als gevolg van arbeidsongeschiktheid van één
Buiten het geval bedoeld in lid 2 van dit artikel van beëindiging van de maatschap anders
De partij, die haar aandeel in de maatschap aan de andere partijen overdraagt, verbindt
In geval van beëindiging van de maatschap anders dan door overlijden is de partij, die het
gepolst of er de mogelijkheid was haar aandeel te verkopen. Daarnaast heeft [gedaagde 1][rechtbank: [gedaagde 1] ]
vanuit haar schrikreactie besloten de maatschap op te zeggen en heeft zij haar aandeel te koop aangeboden.
- artikel 20 lid 1 van Pro de maatschapsovereenkomst geschorst tot één week nadat de rechtbank heeft beslist in de bodemprocedure, in die zin dat [eiser] tot dat moment niet haar aandeel aan de overige maten behoeft aan te bieden en
- artikel 20 lid 4 van Pro de maatschapsovereenkomst geschorst tot en met 19 april 2018, in die zin dat [eiser] gedurende die periode geen dwangsommen als in dat artikellid bedoeld verbeurt door praktijkuitoefening binnen een straal van vijf kilometer van de vestigingen van de maatschap aan de [adres] en in Spangen, beide te Rotterdam.
3.Het geschil
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
1.130,00(2,5 punten × tarief € 452,00)