Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 12 april 2018, met producties;
- de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring;
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.
2.De vorderingen en grondslagen in de hoofdzaak
3.Het geschil in het incident
- zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de vorderingen van Inter-Noba c.s. die zijn gebaseerd op een (dreigende) inbreuk op de door Inter-Noba c.s. gestelde Uniemerken en
- de zaak, ook voor wat betreft de overige grondslagen en in de stand waarin deze zich bevindt, op de voet van artikel 110 Rv Pro verwijst naar de rechtbank Den Haag.