ECLI:NL:RBROT:2018:7495
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onregelmatig ontslag en staking medewerker schoonmaakbedrijf
De werknemer trad in oktober 2016 in dienst bij SOS Brielle B.V. en werd op 1 mei 2018 op staande voet ontslagen wegens het niet verschijnen op het werk op 30 april en 1 mei 2018. De werknemer stelde dat hij deelnam aan een rechtmatige wilde staking vanwege onjuiste salariëring en dat het ontslag onregelmatig was, met vorderingen tot schadevergoeding en billijke vergoeding.
SOS Brielle voerde aan dat de werknemer zonder geldige reden niet was komen werken, dat er geen sprake was van een staking, en dat het ontslag terecht was gegeven wegens dringende reden. De kantonrechter oordeelde dat het niet verschijnen op het werk als dringende reden kon worden aangemerkt en dat de werknemer onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een staking of recht op hogere salarissen.
De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer af, oordeelde dat het ontslag niet onregelmatig was en dat SOS Brielle geen schadevergoeding verschuldigd was. Ook de vordering tot een verklaring dat het relatiebeding niet meer van toepassing was en de vordering tot een juiste salarisspecificatie werden afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer wegens onregelmatig ontslag en staking worden afgewezen.