ECLI:NL:RBROT:2018:784
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot faillietverklaring wegens ontbreken gerechtvaardigd belang en leeg vermogen
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heeft op eigen aangifte een verzoek tot faillietverklaring ingediend bij de Rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting is gebleken dat de vennootschap is gestopt met haar bedrijfsactiviteiten, geen debiteuren, onroerende zaken, bedrijfspand of personeel meer heeft en dat er geen noemenswaardige baten aanwezig zijn.
De rechtbank constateert dat hoewel aan het vereiste van het niet kunnen betalen is voldaan, het faillissement bedoeld is voor de vereffening van het vermogen ten behoeve van gezamenlijke schuldeisers. Aangezien er geen executabel vermogen is, zou het uitspreken van het faillissement misbruik van recht betekenen.
De rechtbank verwijst naar artikel 2:19 lid 1 en Pro 4 BW als alternatief, waarbij de vennootschap kan worden ontbonden zonder baten en daarmee ophoudt te bestaan. Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen wegens het ontbreken van een gerechtvaardigd belang en de aanwezigheid van een passend alternatief.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van baten en gerechtvaardigd belang.