ECLI:NL:RBROT:2018:785
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling door nieuwe schuldeiser
De rechtbank Rotterdam behandelde op 12 januari 2018 het verzoek van een schuldeiser om de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 lid 1 sub d Faillissementswet Pro.
Verzoekster had een vordering op de schuldenaar die was ontstaan tijdens de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank stelde vast dat een schuldeiser die tijdens de WSNP een nieuwe vordering verkrijgt, niet bevoegd is om tussentijdse beëindiging van de regeling te verzoeken, zoals bepaald in artikel 350 Fw Pro in samenhang met artikel 312 Fw Pro en de wetsgeschiedenis.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster niet als schuldeiser in de zin van artikel 350 Fw Pro kon worden aangemerkt en verklaarde haar verzoek niet-ontvankelijk. Het vonnis werd gewezen door rechter J.C.A.M. Los en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.