ECLI:NL:RBROT:2018:788
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende nakoming verplichtingen
De rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 25 januari 2018 de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van schuldenaar. De bewindvoerder had verzocht om beëindiging vanwege het niet naar behoren nakomen van de informatie- en sollicitatieverplichtingen door schuldenaar, een boedelachterstand en het ontstaan van nieuwe schulden.
Tijdens de zitting erkende schuldenaar zijn tekortkomingen en gaf aan wel van zijn schulden af te willen komen, maar niet te weten hoe. Hoewel schuldenaar recentelijk een plan van aanpak via de gemeente heeft ontvangen, is niet aannemelijk dat dit voldoende ondersteuning biedt om aan de verplichtingen te voldoen. Eerder gevolgde trainingen hadden ook niet geleid tot verbetering.
De rechtbank oordeelde dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen, waaronder het onvoldoende informeren van de bewindvoerder en het niet aantoonbaar solliciteren. Ook het ontstaan van een nieuwe schuld zonder betalingsregeling werd meegewogen. De schuldsaneringsregeling wordt daarom beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro d van de Faillissementswet. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende nakoming van verplichtingen door schuldenaar.