De zaak betreft een geschil tussen eiser en verzekeraar ASR over de dekking van schade aan een bestelauto die total loss raakte na joyriding door de minderjarige zoon van eiser. Eiser had de bestelauto beperkt casco verzekerd en stelde dat de uitsluiting voor joyriding niet van toepassing was omdat hij de normale voorzichtigheid had betracht.
De rechtbank stelde vast dat de sleutel van de bestelauto door de zoon zonder toestemming was meegenomen terwijl eiser sliep, maar dat eiser en zijn oudste zoon zelf ook sleutels hadden en de reservesleutel opgeborgen was in een niet afgesloten lade in een kamer waar de zoon geen toegang toe had. De verzekeraar voerde aan dat eiser onvoldoende voorzorgsmaatregelen had genomen, mede omdat de zoon eerder zonder toestemming met een auto had gereden.
De rechtbank oordeelde echter dat dit een eenmalig incident betrof en dat eiser geen verwijt treft omdat de reservesleutel niet voor het grijpen lag en eiser geen reden had om extra maatregelen te nemen. Wel werd geoordeeld dat ASR slechts voor 30% aansprakelijk is omdat andere risicodragers niet in rechte waren betrokken. De vordering tot schadevergoeding werd daarom voor 30% toegewezen, inclusief wettelijke rente. De overige vorderingen en kosten werden afgewezen.