ECLI:NL:RBROT:2018:7980
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verlof tot tenuitvoerlegging van niet-gedeponeerd arbitraal vonnis tussen Nederlandse partijen
Tussen verzoekster en de wederpartij is een arbitrale procedure gevoerd waarbij op 12 juni 2018 een arbitraal eindvonnis is gewezen. Verzoekster verzoekt verlof tot tenuitvoerlegging van dit vonnis, dat niet is gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank Rotterdam.
De voorzieningenrechter toetst ambtshalve de relatieve bevoegdheid en stelt vast dat deze aanwezig is omdat het arbitraal vonnis in Rotterdam is gewezen. Gezien het verzoek tot onmiddellijke toewijzing zonder mondelinge behandeling wordt de wederpartij niet gehoord.
Het toetsingskader van artikel 1063 lid 1 Rv Pro is van toepassing, waarbij de rechter slechts kan weigeren als aannemelijk is dat het vonnis zal worden vernietigd of herroepen op grond van de wet. Dit is niet het geval, zodat het verlof wordt verleend.
De wederpartij wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €124 aan griffierecht en €543 aan salaris advocaat. De beschikking is op 12 juli 2018 in het openbaar uitgesproken door de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis wordt verleend en wederpartij wordt veroordeeld in de proceskosten.