Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
4.De beslissing
- stelt aan tot curator:
- geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 23 augustus 2018 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenaar. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht om deze beëindiging vanwege niet-nakoming van afdrachtverplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden. Tijdens de zitting gaf de schuldenaar zelf aan de regeling te willen beëindigen, omdat hij meent zijn schulden zelfstandig te kunnen oplossen.
De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar sinds de aanvang van de regeling niet naar behoren aan zijn afdrachtplicht had voldaan, met een boedelachterstand van ruim €13.930 en nieuwe schulden van ruim €1.000. Ook ontbraken belangrijke financiële documenten. De bewindvoerder bevestigde dat de boedelachterstand verder was opgelopen en dat geen afdracht was verricht in juni en juli 2018.
Op grond van artikel 350 lid 3 sub g van Pro de Faillissementswet beëindigde de rechtbank de schuldsaneringsregeling. Tevens werd vastgesteld dat er voldoende baten zijn om vorderingen te voldoen, waardoor met het vonnis het faillissement van rechtswege intreedt. De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast, benoemde een rechter-commissaris en een curator, en stelde een postblokkade in.
De uitspraak kan binnen acht dagen worden aangevochten door hoger beroep, dat uitsluitend door een advocaat kan worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling en verklaart het faillissement van rechtswege.