ECLI:NL:RBROT:2018:8100
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in bestuursrechtelijke procedure wegens misbruik wrakingsinstrument
Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de bestuursrechter die zijn beroep behandelt tegen het niet tijdig nemen van een besluit door ROGplus. Na eerdere intrekking en niet-ontvankelijkheid van eerdere verzoeken, diende verzoeker opnieuw een wrakingsverzoek in met als grond dat de rechter partijdig zou zijn vanwege de voortgang van de procedure en het niet tijdig vaststellen van een zittingsdatum.
De rechter heeft schriftelijk gereageerd en toegelicht dat de versnelde behandeling van het beroep conform de wettelijke bevoegdheid is genomen en dat de termijn van dertien weken voor uitspraak nog niet is verstreken, mede doordat de procedure door de wrakingsverzoeken is geschorst. De wrakingskamer stelt dat wraking alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, wat hier ontbreekt.
De wrakingskamer oordeelt dat een onwelgevallige of mogelijk onjuiste procesbeslissing op zichzelf geen reden tot wraking is. Verzoeker maakt volgens de kamer oneigenlijk gebruik van het wrakingsinstrument door steeds soortgelijke klachten te uiten die niet gericht zijn op daadwerkelijke partijdigheid maar op procedurele stappen.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt bepaald dat verdere wrakingsverzoeken van verzoeker in deze procedure niet meer in behandeling worden genomen. Dit besluit is genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam op 27 september 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze procedure worden niet in behandeling genomen.