ECLI:NL:RBROT:2018:8101
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- J.J. van den Berg
- A. Verweij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in civiele procedure over betalingsovereenkomst
Verzoeksters, twee vennootschappen, dienden een wrakingsverzoek in tegen rechter C. Sikkel naar aanleiding van een tussenvonnis in een civiele procedure over een betalingsvordering. Verzoeksters betoogden dat de rechter onjuist had geoordeeld over de stelplicht en feitenvaststelling, en dat hij vooringenomen was door het afwijzen van een herzieningsverzoek.
De rechter had in het tussenvonnis geoordeeld dat verzoeksters onvoldoende feiten hadden gesteld over een essentiële afspraak, waardoor hun vordering werd afgewezen. Verzoeksters stelden dat zij wel degelijk voldoende feiten en bewijs hadden aangedragen en dat de rechter onterecht vasthield aan zijn oordeel. Zij vreesden dat de rechter ook in de verdere procedure partijdig zou zijn.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid en dat een onwelgevallige of mogelijk onjuiste beslissing op zichzelf geen grond is. De kamer oordeelde dat de rechterlijke beslissing marginaal getoetst kan worden en dat de motivering voldoende was. Er was geen reden te veronderstellen dat de rechter niet onpartijdig was of de schijn daarvan had gewekt.
Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 7 september 2018.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter C. Sikkel wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.