ECLI:NL:RBROT:2018:8103
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek eigen aangifte tot faillissementsverklaring niet ontvankelijk wegens onvoldoende belang
De besloten vennootschap [naam 1] B.V. heeft op eigen aangifte een verzoek tot faillissementsverklaring ingediend bij de rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting is de (middellijk) bestuurder gehoord en is vastgesteld dat de vennootschap is gestopt met betalen, wat formeel voldoet aan de faillissementsvereisten.
Echter blijkt uit de stukken en de zitting dat de vennootschap geen baten heeft, geen debiteuren, geen onroerende zaken, geen personeel en dat de bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt. Er zijn ook geen aanwijzingen dat er nog baten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door aansprakelijkheid van de bestuurder.
De rechtbank overweegt dat zonder baten een curator het faillissement snel zal voordragen voor opheffing, waarna de vennootschap zal worden ontbonden. Dit zou leiden tot extra schulden door curatorwerkzaamheden zonder baten voor schuldeisers. De rechtbank concludeert daarom dat de vennootschap onvoldoende belang heeft bij het faillissementsverzoek.
De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld door bevoegde partijen binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot faillissementsverklaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang.