ECLI:NL:RBROT:2018:8182
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkorting termijn schuldsaneringsregeling wegens afdracht aan boedel tijdens faillissement
In deze zaak verzoekt schuldenaar om verkorting van de termijn van de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder ondersteunt dit verzoek en stelt voor de regeling met één jaar te verkorten.
De rechter-commissaris constateert dat schuldenaar tijdens het voorafgaande faillissement het meerdere boven het vrij te laten bedrag aan de boedel heeft afgedragen. Dit vormt een reden om de termijn van de schuldsaneringsregeling in te korten.
Op grond van artikel 349a van de Faillissementswet wordt de termijn vastgesteld op twee jaar, ingaande op de dag van de uitspraak tot toepassing van de regeling. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen vijf dagen na dagtekening, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij de griffie van de rechtbank.
Uitkomst: De termijn van de schuldsaneringsregeling wordt verkort tot twee jaar vanwege voldoende afdracht aan de boedel tijdens het faillissement.