Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
4.De beslissing
S.P. de Groot, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 september 2018. [1]
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische financiële situatie met een schuld van €329.833,51. Deze schuld betreft een ontnemingsvordering uit een strafrechtelijke veroordeling in 2008 wegens het hebben van een hennepkwekerij.
De rechtbank overwoog dat de WSNP bedoeld is om natuurlijke personen een schone lei te bieden na het voldoen aan verplichtingen, maar dat bepaalde strafrechtelijke schulden, waaronder ontnemingsvorderingen, niet onder de schone lei vallen volgens artikel 358 lid 4 sub b van Pro de Faillissementswet. Hierdoor blijft de schuld van verzoekster afdwingbaar na beëindiging van de regeling.
Hoewel verzoekster een betalingsregeling met het CJIB heeft getroffen, kan dit niet leiden tot het negeren van de wettelijke uitsluiting van de schone lei voor deze schuld. De rechtbank concludeerde dat toelating tot de WSNP geen doel dient en wees het verzoek af wegens gebrek aan belang. Verzoekster kan nog wel proberen een minnelijke regeling te treffen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan belang omdat de schuld een ontnemingsvordering betreft waarop de schone lei niet van toepassing is.