Uitspraak
2.De feiten
Toen mijn collega [persoon 6] de messenkap plaatste hoorden we een klap en in een reactie heeft Han direct deze kap weer verwijderd. We wisten dat er iets fout was.(…) We zagen dat in de klantaansluiting een of meer messen zaten. Dit is voor ons een zwart gat. Ik weet niet wie deze meszekeringen heeft geplaatst. (…)
Beantwoording vraag 1: Hoe liggen de verhoudingen tussen de installatie- en werkverantwoordelijken van partijen bij een werk als het onderhavige en wat houden deze functies is?
(…)
.(300-327)
Stedin/Joulz, de werkverantwoordelijke van
Stedin/Joulz. Maar dat betekent dus niet dat tussen hen de verhouding installatieverantwoordelijke-werkverantwoordelijke bestond. Die verhouding bestond slechts tussen de installatieverantwoordelijke van Stedin/
Joulzen de werkverantwoordelijke van
Stedin/Joulz (en wel beheerst door het BEI-BS) respectievelijk de installatieverantwoordelijke van Meander en werkverantwoordelijke van Cofely (en wel beheerst door NEN-EN 50110-1 en NEN 3140).
:
Indien in een bedrijf of een inrichting verschillende werkgevers arbeid doen verrichten, werken zij onderling op doelmatige wijze samen teneinde de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde te verzekeren.
Stedin/Joulz, en niet bij Meander, aangezien Cofely en
Stedin/Joulz de materiële werkgevers waren [van] het personeel dat de werkzaamheden uitvoerde en dus aan de bij de werkzaamheden gekoppelde elektrische gevaren blootstonden. (414-422)
Stedin/Joulz en de veiligheidsmaatregelen die getroffen waren ten behoeve van de werkzaamheden van Meander/
Cofely.
Stedin/Joulz uit het beproeven van de installatie aan de zijde van Stedin/Joulz. De beproeving bestond eruit de fase-volgorde te controleren. Hiervoor moet de installatie onder spanning zijn. Hiertoe heeft Stedin/Joulz de beveiligingsmaatregelen die aan de primaire zijde van de transformator waren genomen opgeheven. Aangezien Stedin/Joulz rekening hield met terugvoeding vanuit de installatie van Meander was het essentieel dat de installatie van Stedin/
Joulzgescheiden was van de installatie van Meander (noot van deskundige: los nog van het feit dat deze scheiding ook essentieel was voor het veilige verloop van de werkzaamheden van Meander/Cofely op dat moment in de ruimte van Meander)
.In het proces-verbaal van comparitie, d.d. 10 februari 2016 verklaart Stedin:
Stedin/Joulz uit ging voeren, in tegenstelling tot wat Stedin/Joulz in het hierboven aangehaalde citaat verklaart, juist wel essentieel.
Joulzen de installatie van Meander te waarborgen. Deze waarborg wordt verkregen door (zie wederom bep. 6.2 van NEN-EN 50110-1).
Meander/Cofely eruit de kabel die kwam vanuit de ruimte van Stedin/
Joulz(die door Meander/Cofely eerder die dag aan de zijde van Stedin/Joulz op het laagspanningsrek was aangesloten) aan te sluiten op de hoofdverdeelinrichting van Meander.
- de installatie van Stedin/
- de warmtekrachtkoppeling;
- het noodstroomaggregaat.
Joulzvertrouwde Meander/Cofely op de veiligheidsmaatregelen die aanvankelijk aan de zijde van Stedin/Joulz waren getroffen. Het feit dat de werkzaamheden nu echter in de ruimte van Meander plaatsvonden bracht een aanvullend risico met zich mee, namelijk, dat zonder medeweten en buiten het zicht van Meander/Cofely Stedin/Joulz de beveiligingsmaatregelen kon opheffen. Het moge duidelijk zijn dat goede afspraken in dit soort situaties essentieel zijn. In de praktijk wordt in dit soort situaties echter niet alleen op afspraken vertrouwd maar wordt het fysiek onmogelijk gemaakt dat de veiligheidsmaatregelen worden opgeheven zonder dat alle partijen die voor hun veiligheid afhankelijk zijn van deze maatregelen daarbij zijn betrokken. Dat kan eenvoudig worden bewerkstelligd door het aanbrengen van een vergrendeling met sleutel. Overigens moest Meander/Cofely noodzakelijkerwijs vertrouwen op veiligheidsmaatregelen aan de zijde van Stedin/Joulz aangezien de scheiding tussen de installatie van Stedin en Meander ten behoeve van de werkzaamheden van
Meander/Cofely ten tijde van het incident uitsluitend aan de zijde van Stedin/Joulz te nemen waren. (met noot van de deskundige: Stedin/Joulz stelt dat Meander/Cofely (in het proces-verbaal van comparitie d.d. 10 februari 2016 onder nummer 100 e.v.) aan de eigen zijde veiligheidsmaatregelen had moeten nemen, maar van elke elektrotechnische opgeleide persoon ter plaatse mag worden verwacht dat deze zich in de onderhavige situatie ervan bewust is dat dat niet mogelijk is).
Meander/Cofely geen enkele beveiligingsmaatregel meer getroffen. Vanzelfsprekend is dat ontoereikend. (603-620)
Meander/Cofely eruit de kabel die kwam vanuit de ruimte van Stedin/
Joulz(die door
Meander/Cofely eerder die dag aan de zijde van Stedin/
Joulzop het laagspanningsrek was aangesloten) aan te sluiten op de hoofdverdeelinrichting van Meander.
- de installatie van Stedin/Joulz;
- de warmtekrachtkoppeling;
- het noodstroomaggregaat
(…)
3.Het geschil
in de hoofdzaak
- Stedin te veroordelen bij wijze van voorschot tot betaling van € 160.000,00 aan Cofely en Reaal, waarbij geldt dat betaling aan een der eiseressen geldt als kwijting jegens de andere eiseressen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van Stedin in de kosten van het geding,
- de zaak te verwijzen naar schadestaat voor nadere bepaling van de door Stedin te vergoeden bedragen.
- om aan Stedin te betalen al hetgeen waartoe Stedin in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met inbegrip van wettelijke rente en kosten;
- in de proceskosten van de vrijwaringszaak, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis en (indien Meander de proceskosten niet binnen 14 dagen na het wijzen van het vonnis heeft voldaan) de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
4.De beoordeling
1.582,00(3,5 punten × tarief € 452,00)
1.582,00(3,5 punten × tarief € 452,00)